Geachte lezer, Alvorens tot de kern van de zaak te komen, wil ik graag twee opmerkingen maken: dit project, gerealiseerd met André Cepeda, kreeg vorm tijdens een artistieke residentie in Brussel op uitnodiging van Espace Photographique Contretype. In naam van twee kunstenaars spreken is uiteraard niet eenvoudig, des te meer omdat het hier gaat om de beschrijving van een werkproces dat in april 2011 van start ging. Toen we besloten om het project toe te spitsen op het kanaal van Brussel, werden we algauw geconfronteerd met een uiterst veelzijdige en complexe realiteit. De talloze mogelijke invalshoeken deden ons onmiddellijk inzien dat de aarzelingen, het nemen van afstand en de ondertussen genomen beslissingen, deel moesten uitmaakten van de benadering van deze context die zelf ook een veranderlijk en ongrijpbaar karakter vertoont.De eerste dagen legden we het hele traject van het kanaal in Brussel af. We vertrokken ten noorden van de stad aan de Verbrande-Brug, een soort mythisch oord dat niet langer bestaat. Hier ontmoetten we Little Jimmy, een man die rechtstreeks uit de gouden eeuw van de rock-’n-roll komt gestapt, en praatten we met iemand die zich voorstelde als ‘de laatste kapitein van de haven’. Hij verklaarde dat de vooruitgang oprukt in deze zone en dat de omwonenden binnenkort verplicht zullen zijn te vertrekken: ‘er is geen plaats meer voor ons, voor dromen, voor poëzie’… Ook hielden we even halt in de wijk waar auto’s – en vermoedelijk ook heel wat andere zaakjes – worden verhandeld. Dan ging het richting Noordzee. Onderweg, iets meer naar het zuiden, reden we de stad Charleroi binnen op de sobere en melancholische gitaarakkoorden van Neil Young en Earth. We doolden een tijdje rond in de straten van de stad. Deze ervaring evoceerde een andere reis die we samen maakten: een tocht door het zuiden van de Verenigde Staten langs de Mississippi. We herinnerden ons hoe aanwezig muziek kan zijn en hoe zowel het landschap als de mens ervan doordrongen kunnen zijn. Een vreemd gevoel maakte zich van ons meester: sommige plekken in België vertonen in zekere zin een gelijkenis met de Verenigde Staten… Het kanaal vormt, zoals in Brussel wordt gezegd, een verscholen grens die de stad doorkruist en verdeelt. Deze plek is dan ook een buitengewoon onderzoeks- en proefterrein waar stemmingen en landschappen zich voortdurend transformeren en vaak betekenisniveaus creëren waarvan de oorsprong niet te ontcijferen is. Zelfs voordat ik hier verbleef, beeldde ik me een geconstrueerd en gemanipuleerd landschap in met tal van betekenislagen. Terwijl ik deze tekst schrijf, vindt trouwens een groots opgezette interventie plaats langs de kanaalzone. Dit soort ingreep wekt evenwel een heel eigen energie op en creëert een weefsel dat het landschap volkomen transformeert. In dit dubbele kunstmatige landschap genereren de nivellering, de constructie en de stedenbouwkundige interventies een modern, koud en pragmatisch landschap: een niet te negeren energie.Op een bepaalde manier creëerden we onze eigen verwachtingen, ideeën en visies, en wilden we het tijdsverloop op een intensieve manier ervaren binnen een opzet van deze omvang: beweging, snelheid, ritme, herhaling. Al deze omstandigheden verwijderen ons meer en meer van de natuur. Mettertijd ontstonden de eerste beelden. Een van Andrés foto’s wekte mijn belangstelling op, ik ben er zelfs van overtuigd dat ze ons werk een heel andere wending gaf. Op deze foto zien we een geopend boek liggen op een houten tafel. Nauwlettende observatie reveleert dat er een kaart is afgedrukt op de bladzijden van het boek. Bij nader inzien blijkt het te gaan om een kaart van de stad Brussel. Onderaan het beeld ontwaren we de textuur van de grond. Op de tafel staat een leeg koffiekopje en bovenaan links is een ander boek te zien, ongetwijfeld een encyclopedie.Hoewel dit beeld concrete objecten toont, heeft het ook een zeker abstract karakter dat de toeschouwer confronteert met een onverholen en harde evidentie: wat sommige beelden niet vertellen over zichzelf blijkt soms doorslaggevender te zijn dan dat wat we verondersteld worden aan de oppervlakte te zien. We zijn ons ervan bewust dat dit project voorbijgaat aan een oneindig aantal zaken die we niet opmerkten, waarvan we ons niet bewust waren, of waaraan we eenvoudigweg geen belang hechtten. Niettemin kan deze zijdelingse blik, zoals in het leven, een nieuwe koers bepalen en datgene onthullen wat het benadrukken waard is. Derhalve creëerden we voor deze tentoonstelling een plek waar beelden en objecten, geluid, video en performance een narratieve tijd genereren die het wachten valoriseert. Eduardo Matos
Bruxelas 2011
vertaling: Marleen Cappellemans